Ingrediënten
4 personen
- 1 tl Zout
- 275 g bloem
- 0.5 zakje gedroogde gist
- 50 g Roomboter
- 5 el suiker
- 3 eieren
- 450 ml melk
- 600 g appels
- 2 el Rozijnen
- 1.5 el Citroensap
- 1 tl Kaneel
- 1 zakje mix voor banketbakkersroom
- 1 ingevette ronde vlaaivorm ø ca. 26 cm
- 1 deegroller
Zet in 5 stappen deze heerlijke Limburgse appelvlaai op tafel.
- Strooi het zout in een kom. Zeef er de bloem boven. Maak een kuiltje in het midden en strooi er de gist in. Voeg de boter, 1 el suiker en 1 ei toe. Schenk er 100 ml melk bij en kneed tot een soepel, glad deeg. Vorm er een bal van en laat het deeg afgedekt op kamertemperatuur 1 uur rijzen.
- Schil de appels en snijd ze in dunne partjes. Meng de appel met de rozijnen, 3 el suiker, het citroensap en de kaneel. Zet koel weg. Verwarm de oven voor tot 200 °C. Rol het deeg uit tot een ronde lap van Ø 32 cm. Leg het deeg losjes in de vorm.
- Bereid intussen de mix voor banketbakkersroom met 1 ei en 350 ml melk volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Druk het deeg in de hoek van de vorm goed aan en schep er de banketbakkersroom in. Snijd het overhangende deeg eraf. Laat de appelvulling goed uitlekken en verdeel deze over de room.
- Rol de rest van het deeg uit tot een zo dun mogelijk deegdeksel. Bestrijk de rand van de vlaai dun met losgeklopt ei. Leg de deegdeksel op de vlaai en laat over de vorm hangen. Verwijder het overhangende deeg door met de deegroller over de rand van de vorm te rollen.
- Snijd met een scherp mes uit het midden van het deegdeksel een cirkel van ca. 8-10 cm (of maak enkele insnedes in de deegdeksel). Bestrijk de deegdeksel dun met ei en bestrooi met 1 el suiker. Bak de vlaai in de voorverwarmde oven in ca. 25 min. goudbruin en gaar.

