Teler van Dichtbij: Joris Geel

Bijna niemand deed het nog: zoete aardappelen telen in Nederland. “In het begin dachten we: het is gewoon een aardappel, dus dat kunnen we wel”, vertelt Joris lachend. Maar al snel bleek dat het gewas er helemaal niets mee te maken heeft. Toch waren ze om. “Want waarom zou je een zoete aardappel uit Zuid-Amerika halen, als die ook gewoon uit Nederlandse grond kan komen?”

De teelt zit al lange tijd in de familie. Joris werkt samen met zijn broer Geerd op het familiebedrijf dat al 100 jaar in familiehanden is. Joris: “Op de basisschool riepen anderen dat ze brandweerman of politieagent wilden worden, maar ik zei altijd: ik word boer.”

De kracht van samen telen

Vallen en opstaan
Het telen van zoete aardappel begon klein. De broers startten met 200 vierkante meter. Gewoon om te kijken of het kon. Inmiddels telen ze samen 35 hectare. Een flinke groei. Maar dat betekent niet dat het allemaal vanzelf ging. 

“Er is veel ploeteren aan voorafgegaan”, vertelt Joris. “We moesten de teelt van A tot Z uitvinden. Voor gewone aardappelen zijn er allang machines. Maar voor zoete aardappelen zijn die er nog niet.” Daarom ontwikkelden de mannen, die technische kennis hebben, zelf machines. Met succes: “Eéntje vind je nu ook in andere Europese landen.”  

Telen met het weer 
Naast het gebrek aan machines is ook het Nederlandse klimaat een uitdaging. De teelt is namelijk kort. Planten doen ze in mei, oogsten al vanaf half september. “Onder de 10 graden gaan de planten dood. Daarom kun je niet te lang wachten met oogsten.”

Ook de weersextremen maken het werk niet makkelijk. “Als het droog is, is het echt heel droog. En als er regen valt, is het vaak meteen veel.” Daarom werkt Joris aan een sterke, levendige bodem. “Die moet tegen een stootje kunnen en vocht langer vasthouden als het droog is.”

Samen de oogst door
In de oogsttijd maken ze lange dagen. Soms zeven dagen per week en vijftien of zestien uur op een dag. Joris doet dit met zijn broer, zijn ouders en andere mensen die komen helpen. “Het is pittig, maar je gaat met z’n allen volle bak aan de slag. Dat werkt verbroederend.”  

“Je kunt er een lekkere soep van maken. Thuis snijden we ’m ook wel in blokjes, met een beetje paneermeel, kruiden en olie, en dan in de oven. Of als frietjes. Ook heel lekker.” - Joris