Jac en zijn familie teelt hun quinoa vlak bij de Grevelingen, het grootste zoutwatermeer van Europa, op de grens van Zuid-Holland en Zeeland. Een bijzonder gebied, waar zeehonden op zandbanken liggen en reigers hun plek vinden. Die natuur zo dichtbij zette hem ook aan het denken. “We willen niet blijven spuiten, maar op zoek gaan naar andere manieren van telen.”
Biologisch telen
Die andere manier werd biologisch. Sinds 2017 werken ze zo op het land. “Ik loop langs het gewas en weet: dit kun je zo van het land plukken en opeten.” Tegelijk vraagt het ook veel. “Zaaien, het land klaarmaken, kijken hoe het gewas eruitziet en op tijd bewerken. Je moet er bovenop zitten.” Jac loopt dan ook om de twee dagen door het hele perceel en regelmatig nog vaker. “Biologisch telen is niet makkelijk en je kunt niet zomaar ingrijpen als er iets misgaat.”
Het Nederlandse weer
De wind, het water en het zout horen hier bij het land. Bij een stevige zuiderstorm slaat het zout soms zelfs tegen de ramen van de boerderij. Andere gewassen kunnen daar last van krijgen, met bladverbranding als gevolg. Quinoa kan daar veel beter mee omgaan. En dat maakt het gewas zo interessant voor Nederland.
Minder bitter
De quinoa die in Zuid-Holland wordt geteeld, smaakt voor de echte fijnproevers een tikkie anders dan die uit Zuid-Amerika. “Daar heeft quinoa vaak een bitter laagje. Dit noem je saponine. Deze laag wordt er daar afgewassen waardoor er ook voedingstoffen verloren gaan. Nederlandse quinoa heeft die laag niet en was je dus ook niet. Daardoor behoud de quinoa ook meer mineralen.”
De volgende stap: regeneratief telen
Voor Jac en zijn familie stopt de ontwikkeling niet bij biologisch. Sinds een tijd kijkt hij ook naar regeneratieve landbouw. Een manier van werken die beter is voor de bodem. Daar is hij nu volop mee bezig. “Hoe gezonder de bodem, hoe sterker het gewas. Dat geeft weer een nieuwe uitdaging. Want voor ons geldt: als je stilstaat, ga je achteruit.”